Good Practices ICT-academie
Alie Blokhuis van het NOVA College ging in haar workshop in op de ICT-academie Beverwijk. Nederlands is hier een afzonderlijke discipline. Toch moeten leerlingen zich realiseren dat mondelinge en schriftelijke communicatie een essentiële rol speelt in alle facetten van hun dagelijkse beroepspraktijk. Daarom wordt Nederlands ook voor een groot deel geoefend in praktijksituaties en praktijkopdrachten.
Invulling van de lessen
Leerlingen voeren tijdens de opleiding zes (eind)projecten uit. Hierin zitten diverse disciplines (ICT-theorie en praktijk; Nederlands, Engels en Bedrijfsoriëntatie, etc.) geïntegreerd zijn. Tijdens de voorafgaande lesblokken kunnen de leerlingen zelfstandig en onder begeleiding zich de kennis eigen maken die nodig is voor het project. Per lesblok ligt wat Nederlands betreft het accent steeds op een ander onderdeel. Tijdens alle lesblokken oefenen de leerlingen met spelling en stijl. Leerlingen die moeite hebben met de spelling en het schrijven van leesbare teksten, krijgen extra begeleiding.
Maatwerk
Een docent Nederlands leerlingen begeleidt de leerlingen in de verschillende stadia van hun opleiding. De begeleiding is toegesneden op de behoefte(n) van individuele leerlingen of van groepjes leerlingen. De docent legt de belangrijkste theorie van een lesblok tijdens verplichte workshops uit. Ook doen de leerlingen onder zijn/haar begeleiding praktische beroepsgerelateerde oefeningen. De docent bespreekt de opdrachten en (eind)projecten van iedere individuele leerling. Ook geeft hij/zij aan welke kennis nog ontbreekt en welke vaardigheden extra oefening vereisen. De docent Nederlands is in totaal acht dagdelen in een lokaal aanwezig voor de begeleiding en coaching van leerlingen.
Kennisoverdracht
De docent Nederlands draagt kennis over aan mededocenten. Hierdoor hebben de collega-docenten ook de juiste instrumenten om leerlingen op taalvaardigheden en communicatieve vaardigheden te beoordelen. Leerlingen realiseren zich op die manier dat Nederlands niet alleen ‘een vak’ is, maar integraal onderdeel uitmaakt van hun toekomstige werk. Tijdens beroepssimulaties worden leerlingen dan ook op hun communicatieve vaardigheden en taalvaardigheden beoordeeld.
