AKA 2-daagse

Home

Race tegen de schooluitval: AKA werkt

AKA-leerlingen zijn vaak zorgleerlingen. Geen gemakkelijke groep om naar de arbeidsmarkt toe te leiden. Op welke manier kan deze groep een toekomstperspectief worden geboden? Hans Kamps van de SER en hoogleraar Micha de Winter laten hun licht hierover schijnen.

Met een uitval van 60.000 á 70.000 leerlingen per jaar kun je moeilijk spreken van een kenniseconomie, vindt Hans Kamps van de SER. ‘We mogen dan de doelstellingen van de Lissabon-agenda nastreven, maar die uitval is wel een probleem. Eén op de acht leerlingen haalt geen startkwalificatie. Daar moeten we in maatschappelijk en economisch opzicht iets mee doen.’

Omarmen

Een opleiding als AKA moeten we daarom omarmen, zo stelt Kamps. ‘De AKA-opleiding is van een laag niveau, maar we slagen er wel in er mensen mee de arbeidsmarkt op te krijgen: een groot aantal AKA-leerlingen vindt een baan. Is het ontbreken van een beroepskwalificatie dan zo erg?’ 

Lof
Alle lof voor AKA dus, hoewel er volgens Kamps wel een paar punten zijn waarop scholen de opleiding verder kunnen verbeteren. Zo moeten de AKA-opleidingen meer optrekken met andere onderwijsvormen richting werkgevers en politiek en moeten ze de banden met het bedrijfsleven nog sterker en eerder aanhalen. Verder pleit Kamps voor het eerder inschakelen van jobcoaches en komt er wat hem betreft zo snel mogelijk een einde aan de politieke versnippering van het thema ‘zorgjongere’. ‘Maar liefst vijf ministeries houden zich met zorgjongeren bezig. Maar wat ontbreekt is een gemeenschappelijke visie van de regering op arbeidsmarkttoeleiding.’

Hoop 
Ook Micha de Winter, hoogleraar opvoedingsvraagstukken aan de Universiteit Utrecht, heeft kritiek op het kabinet als het gaat om zorgjongeren. ‘Bij een ministerie als Jeugd & Gezin mis ik de focus op de pedagogische omgeving. Het gaat te veel uit van de jongere zelf als het probleem, terwijl de omgeving ook een risicofactor is.’ 
Jongeren, dus ook AKA-leerlingen, moeten hoop hebben op een goede toekomst, zo redeneert De Winter. ‘Maar ondertussen zijn we precies het omgekeerde aan het doen. De politiek en de media schetsen een negatief beeld van jongeren. Daardoor trekken kwetsbare jongeren zich terug in hun eigen groep.’

Huiselijk
De omgeving waarin een zorgleerling het beste gedijt is volgens De Winter een kleinschalige, huiselijke omgeving. ‘Zorgleerlingen hebben van huis uit vaak niet voldoende sociaal kapitaal meekregen om in grote, vreemde omgevingen te kunnen functioneren. Daarvoor voelen ze zich niet veilig genoeg.’ Klein en warm, dat is de context waarin scholen en werkgevers volgens De Winter zorgleerlingen aan zich kunnen binden. ‘Door de omgeving van de jongere te optimaliseren, creëer je als school en als werkgever loyaliteit en binding. Dan komt het met dat toekomstperspectief ook wel goed.’
 
 
In het kort
·         Het voortgezet en middelbaar onderwijs kent een uitval van 60.000 á 70.000 leerlingen.
·         Eén op de acht leerlingen haalt geen startkwalificatie.
·         Er ontbreekt een gemeenschappelijke politieke visie op de arbeidsmarkttoeleiding van jongeren.
·         Er moet meer focus komen op de pedagogische omgeving van zorgleerlingen.

Bron: de MBO krant
 
 

 

 

 
  © Herontwerp School 2010